Opinie: Investeer in wijken voor kwaliteit van leven

Als we meer investeren in wijken als leefgemeenschap, gaat onze kwaliteit van leven omhoog, neemt het zorggebruik af en leven we langer en prettiger. Dat is de boodschap van Anne van Grinsven, manager strategie en organisatie van Woonzorg Nederland en ANBO-bestuurder Liane den Haan. Vandaag publiceert Cobouw, de vakkrant voor de bouw onderstaand opiniestuk.

Nederland mist een visie op een ouder wordende samenleving

Kent u de Knarrenhof en de Leyhoeve al? De woningen van Woonzorg Nederland? Het Thuishuis, of de meergeneratie-woongemeenschap in de ecologische wijk in Nijmegen? Dit is een willekeurige greep uit een voorraad zeer populaire nieuwe woonvormen. In deze woongemeenschappen wonen mensen in meer of mindere mate zelfstandig, maar wel mét elkaar, als onderdeel van de wijk. Eenzaamheid wordt bestreden en kosten voor zorg worden uitgesteld of teruggedrongen.

Zorgzame wijken en buurten zijn de toekomst van wonen in een ouder wordende samenleving. Maar de weg er naartoe is hobbelig, en de het vergt een lange adem van initiatiefnemers. Het aanbod van particuliere en private initiatieven groeit, maar behalve deze goede voorbeelden is de woningmarkt totaal niet ingericht op de ouder wordende bevolking. Er zijn en blijven grote tekorten in het lage segment vrije sector huurwoningen, in levensloopbestendige woningen en in nieuwe woonvormen.

Oud worden verandert; diversiteit neemt toe

We ‘vergrijzen’. Over 15 tot 20 jaar is de helft van Nederland ouder dan 65. Het aantal mensen van 85 jaar en ouder is tegen die tijd verdubbeld, tot 2 miljoen. Honderdjarigen vormen de snelst groeiende leeftijdsgroep. We worden niet alleen ouder, we worden ook anders oud. Waar ‘ouderen’ nu nog vaak als één grote homogene groep gezien worden, kan dat straks niet meer. De drie levensfasen zijn inmiddels al vier geworden. Na het pensioen is er de fase waarin mensen ‘niets meer hoeven’, maar nog wel energiek en vitaal zijn. Pas op latere leeftijd, na 75, worden mensen wat meer hulpbehoevend.

Mensen wonen veel langer thuis, waar we steeds meer worden aangesproken op wat we zelf, of met hulp van het eigen sociale netwerk, kunnen. Zorg en ondersteuning vanuit de formele instanties is niet vanzelfsprekend en gaat gepaard met steeds hogere eigen bijdragen.

Meer alleenstaanden

Bovendien bestaat de nieuwe generatie ouderen uit veel meer alleenstaanden. Maar niet iedereen beschikt over voldoende middelen (inkomen, opleiding of aanpassingsvermogen) om dit goed op te vangen. Bovendien beschikken veel mensen niet over een adequaat sociaal netwerk of voelen zich bezwaard hier een beroep op te doen. Af en toe wat vragen is geen probleem, maar structureel hulp vragen is voor veel mensen moeilijker en bevestigt de afhankelijkheid. Met een beperkte mobiliteit of weinig financiële armslag kan eenzaamheid op de loer liggen.

Op een goede manier ouder worden gaat niet dus vanzelf. Dit ligt anders als het helpen van elkaar een normaal onderdeel is van het wonen met elkaar. Dat betekent dat de ouder wordende bevolking een ander beroep zal doen op de gezondheidszorg en een andere vraag aan de woningmarkt heeft.

Zorgzame wijken en buurten

De inrichting van onze naoorlogse wijken helpt niet mee aan het creëren van meer gemeenschapsgevoel en het zorgen voor andere vormen van sociale netwerken. Bovendien is het bijzonder ingewikkeld om nieuwe woonconcepten te realiseren.

Gemeenten en woningcorporaties geven vaak niet thuis, en wet- en regelgeving staat hierbij in de weg. Gemeenten zouden voorop moeten lopen als het gaat om het initiëren van initiatieven, maar blijken in de praktijk vaak een rem.

Welzijn, wijken, wonen en meer

Gemeenten moeten vanuit een gecombineerde woonzorgvisie de verschillende domeinen van welzijn, wonen, ondersteuning en zorg aan elkaar verbinden. Om vervolgens woningenbouwcorporaties, projectontwikkelaars, financiers en zorgorganisaties aan het werk te zetten met een wijkgerichte aanpak. Dat vraagt samenwerking tussen marktpartijen, financiers en gemeenten, het vereist initiatief en het lef om de randen van regelgeving op te zoeken.

Het vereist daadkracht van gemeenten en de wens om regels volgend en ondersteunend te laten zijn aan de wensen van burgers in plaats van leidend aan het organisatiebelang. Met elkaar kunnen we onze huisvesting op een hoger plan brengen, zodanig dat we prettig en gezond ouder kunnen worden.