Vaste lasten stijgen fors in 2019

Voor energie, internet en televisie en verzekeringen moet in 2019 bijna 7000 euro worden betaald, zo’n 600 euro meer dan vorig jaar. Dat is een prijsstijging van 10 procent, zo schrijft de Telegraaf vandaag naar aanleiding van onderzoek van vergelijkingssite Pricewise. Pricewise heeft gekeken naar de kosten voor een huishouden bestaande uit twee volwassenen en een kind. Voor een alleenstaande stijgen de kosten met zo’n 400 euro op jaarbasis. Overigens zegt het Nibud dat er tóch geen sprake zal zijn van koopkrachtverlies

Vaste lasten stijgen

De kosten voor zorg stijgen, hoewel iets minder hard dan verwacht, en de energierekening wordt fors duurder. Verder steeg het lage btw-tarief per 1 januari jl. ING berekende eerder dat een huishouden gemiddeld 300 euro méér kwijt is aan btw. "De verhoging van het lage BTW-tarief zorgt ervoor dat dagelijkse boodschappen, groente en fruit, geneesmiddelen, de bloemist, boeken, concertkaartjes, abonnementen en het openbaar vervoer duurder worden", zo zei ANBO-bestuurder Liane den Haan eerder. Ook de autoverzekering is dit jaar maar liefst 10 procent duurder., zo meldt Pricewise, onder andere door een toename van schademeldingen.

De consumentenprijzen stijgen al maanden fors. waren in 2018 gemiddeld 1,7 procent hoger dan in 2017, zo maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week bekend. Dat is de grootste stijging van de consumentenprijzen na 2013.

Ook lokale lasten stijgen

Uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis bleek in december bovendien dat de ontroerendzaakbelasting (OZB) in 2019 met zo'n 2,2 procent zal stijgen. En ook dat beïnvloedt de koopkracht. ANBO pleit al sinds 2016 voor een landelijke grens voor lokale belastingen en regionale heffingen. Een zorgvuldig inkomensbeleid waarbij de gevolgen voor de koopkracht ook dicht bij de realiteit liggen, kan niet onevenredig negatief worden beïnvloed door lokale ontwikkelingen.

Wat is het probleem voor gepensioneerden?

Gepensioneerden krijgen hun inkomen uit een aantal pijlers, waarvan de eerste de AOW is. De AOW is gekoppeld aan de ontwikkeling van het netto minimumloon; het inkomen stijgt dus enigzins mee met de prijsontwikkeling. Het probleem zit in de tweede pijler: het uitgesteld loon ofwel pensioen. Door de economische crisis en een rigide manier van het berekenen van de toekomstige verplichtingen hebben de pensioenfondsen flink te lijden gehad, en dat uit zich erin dat de pensioenen de afgelopen 10 jaar niet zijn gecorrigeerd voor inflatie, en soms zelfs gedaald zijn. Alle gepensioneerden zijn sinds 2008 gemiddeld zeven procent gedaald in koopkracht: de prijzen stijgen, het inkomen stijgt niet, of daalt zelfs. Daar komt bij dat gepensioneerden geen baat hebben bij de belastingmaatregelen die door dit en het vorige kabinet genomen zijn om werkenden te ontlasten. Ten slotte moeten we oog hebben voor een bijzondere groep: mensen met een inkomen tot ongeveer €13.800.

Lees de blog van ANBO's pensioenexpert Willem Reijn

Anders voorspellen

Want de (positieve) voorspellingen die het kabinet jaarlijks op Prinsjesdag presenteert worden, blijken keer op keer tóch anders uit te pakken. ANBO stelt voor om de koopkrachtvoorspellingen op een andere manier te doen. Het Centraal Planbureau (CPB) dat de koopkracht voorspelt, gaat uit van gemiddelden. De gemiddelde burger bestaat niet. Het CPB zou dus rekening moeten houden met individuele situaties. Den Haan: "In de koopkrachtplaatjes wordt iemand met alleen een AOW-pensioen in een huurhuis hetzelfde behandeld als iemand met alleen AOW in een eigen huis zonder hypotheek. Dat kan echt niet meer; de feitelijke koopkracht is in deze situatie niet met elkaar te vergelijken. Dus wij roepen op: Overheid, maak de koopkrachtvoorspellingen meer realistisch en houd rekening met de verschillen in onze samenleving."