Korten op pensioen: tien vragen en antwoorden

De kranten staan er vol van: de kans op korten bij een flink aantal pensioenfondsen neemt toe. Waarom moeten pensioenfondsen korten? Wij zetten de ontwikkelingen van de laatste weken op een rijtje aan de hand van vragen.

Moet mijn pensioenfonds korten?

Pensioenfondsen moeten korten als de beleidsdekkingsgraad vijf jaar onder circa 104,5 procent (dat scheelt iets per fonds) blijft. Overigens is de termijn nu een of twee jaar langer, omdat fondsen wat meer tijd kregen toen het nieuwe financieel toetsingskader werd ingevoerd.

Die beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de actuele (maandelijkse) dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden. Op de website van uw pensioenfonds kunt u die cijfers prominent vinden. Pensioenfondsen moeten korten op basis van de beleidsdekkingsgraad van december 2019 of 2020. Dat verschilt per fonds. De metaalfondsen zijn het eerst aan de beurt. Voor die fondsen wordt het inderdaad een uitdaging om binnen negen maanden op 104,5 te komen. Zij moeten immers de eerste lagere dekkingsgraden ook nog compenseren. ABP en Zorg en Welzijn hebben meer tijd. Bouw is ver buiten de gevarenzone.

Wie worden gekort?

Alle deelnemers in een fonds: de werkenden, de slapers die vroeger bij het fonds zaten en de gepensioneerden. En iedereen in gelijke mate. De gepensioneerde van morgen is met name de pineut: die begint met een pensioen op basis van middelloon dat twintig procent minder waard is en ziet voorlopig geen verhoging. Die gaat terug naar 50 tot 60 procent van het laatst verdiende loon. Maar de gepensioneerde voelt een korting vandaag in zijn portemonnee. Dit doet veel pijn en zal het vertrouwen verder aantasten.

Hoeveel moet ik per maand inleveren?

Dat valt nog niet te zeggen. Wel hoe het werkt. Uw pensioenfonds moet zo korten dat het fonds op circa 104,5 procent komt. Neem het grootste fonds, ABP. Dat zou op basis van de laatste cijfers en als er niets meer verandert 1,8 procent moeten korten. Die korting van 180 euro bruto is onherroepelijk, maar mag over tien jaren worden uitgesmeerd. Dat is dus 0,18 procent per jaar ofwel bij een pensioen van € 10.000 wordt dat €18 per jaar, dat is € 1,50 per maand. Maar dat gebeurt wel tien keer, dus de korting wordt per jaar hoger, zonder uitzicht dat die korting ooit wordt goedgemaakt.

Maar de fondsen staan nu allemaal boven de 100 procent?

Wij hebben voor u de cijfers op een rijtje gezet. Vier van de vijf grote fondsen staan er niet echt goed voor. Ze hebben ook een onrustige periode achter de rug: in september leek er niets aan de hand, drie maanden later was er een flinke dip op de beurs én de rente daalde, waarop de fondsen in het rood kwamen. Ze houden het hoofd nu nét boven water. De beurzen zijn weer aangetrokken, maar de rente blijft weer dalen.

Fondsen

Leg die dekkingsgraad nog eens uit, want ik vind het maar raar.

Als een fonds een dekkingsgraad heeft van 100 procent is er precies genoeg geld in kas om aan alle verplichtingen te voldoen. De overheid heeft nogal wat zekerheden willen stapelen: de verplichtingen worden berekend tegen een historisch lage rekenrente (zie verder), er moet na vijf jaar tenminste een buffertje zijn van 4,5 procent en uiteindelijk moeten fondsen een buffer van 25 procent hebben om gezond te zijn (dus een dekkingsgraad van zo’n 125 procent, dat scheelt weer iets per fonds).

Maar het is juist: ook als de fondsen straks genoeg geld in kas hebben, moeten ze korten.

Zijn ze helemaal gek in Den Haag?

Niet helemaal. Het idee is dat er zeker genoeg geld in kas moet zijn om de ouderen van morgen en overmorgen ook hun pensioen uit te kunnen keren. Vlak voor de crisis stonden de grote fondsen op dekkingsgraden van zo’n 150 procent. Toen de crisis uitbrak doken die onder de 90 procent. Toezichthouder DNB wil die situatie zo goed mogelijk voorkomen.

De eerste horde van 104,5 procent (het zogeheten minimum vereist eigen vermogen) komt voort uit Europese regelgeving en is ook bedoeld om de deelnemers te beschermen. Maar het klopt: het is natuurlijk te gek voor woorden dat er moet worden gekort, ook als er genoeg geld in kas is. Zoals Kamerlid Smeulders van GroenLinks het zei: “We gaan korten om kortingen te voorkomen. Dat valt toch niet uit te leggen!”

Waarom veranderen ze de regels dan niet?

Vanuit de oppositie zijn flink wat initiatieven genomen. Zo willen GroenLinks en 50Plus de hersteltermijnen verlengen, zodat sociale partners meer tijd hebben om tot een akkoord te komen. De Raad van State heeft dat voorstel ronduit gekraakt. De gegeven vijf jaar is al langer dan vroeger (toen was deze hersteltermijn drie jaar) en dan hebben fondsen ook nog eens een of twee jaar extra gekregen. Zo blijf je schuiven, vindt de Raad van State.

50Plus wilde een hogere rekenrente, maar daar was weinig animo voor zolang er geen nieuw stelsel is. Opvallend: Forum voor Democratie schaarde zich achter het voorstel. Overigens is een echt standpunt van FvD inzake pensioen nauwelijks te ontdekken.

De complete oppositie schaarde zich achter de motie om niet te korten als de dekkingsgraad boven de 100 procent ligt. Maar de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie stemde tegen.

Maar iedereen weet toch dat die korting idioot zou zijn?

Dat heet politiek. Minister Koolmees en de coalitie willen de druk op de sociale partners houden om tot een nieuw stelsel te komen. Niet helemaal onbegrijpelijk: na negen jaar onderhandelen heeft de polder nog geen definitief plan geleverd. Overigens zou Koolmees kunnen helpen door een fors gebaar te maken. De rampverhalen over een onbetaalbare AOW worden door hoogleraar Harry Verbon uit Tilburg flink genuanceerd. Een kabinet dat vorig jaar € 11 miljard niet wist uit te geven, komt natuurlijk niet zo geloofwaardig over.

Is er toch nog redding mogelijk?

De beurzen hebben zich hersteld, dus de ergste pijn is even weg. Maar de rente blijft dalen. Wie zeven jaar of korter geld uitleent aan de Nederlandse overheid moet geld bijbetalen! Wie zijn geld dertig jaar toevertrouwt aan de staat, krijgt daar een schamele 0,66 procent per jaar voor – en dat is de helft lager dan een jaar terug. De verplichtingen nemen zo snel toe. Daar valt niet tegenop te beleggen. De rente gaat voorlopig niet omhoog, nu de economie in Europa al weer wat stroever loopt. Gezien de vooruitzichten zitten de beurzen ook wel aan hun top.

De redding moet toch uit Den Haag komen. De coalitie staat in de peilingen op dramatisch verlies en zullen met name de gepensioneerden niet kunnen of niet willen uitleggen dat zij na jaren van stilstand ook nog eens gekort worden.

En wat doet ANBO?

ANBO overlegt met alle betrokken partijen om tot een redelijke oplossing te komen. Iedereen moet inschikken. Deze week zit ANBO weer bij minister Koolmees aan tafel om onze wensen en ideeën te ventileren.

We moeten naar een nieuw stelsel, maar zonder andere rekenrente levert dat stelsel geen wezenlijke verbetering op. Het kabinet heeft een breed draagvlak nodig en bij dat brede draagvlak horen ook de gepensioneerden. Het gaat u immers als eerste aan.

Bekijk hier onze standpunten